|
OVERWEGING ST. MAARTENSFEEST, ST. MARTINUSPAROCHIE, Veel kerkmensen van onze tijd herkennen zich in de leerlingen in de boot op het meer van Gennesaret (Mt. 14,22-36). U kent waarschijnlijk wel het verhaal van Jezus en zijn leerlingen midden op het meer. De Meester ligt op de voorplecht te slapen en de golven worden hoger en hoger. Het bootje waar zij in zitten dreigt te zinken. In onze tijd dreigt het bootje waar wij in zitten ook te zinken. Er is veel tegenwind en er zijn hoge golven. Het water klotst aan alle kanten naar binnen en velen verlaten het schip. Veel christenen zijn dan ook somber over de toekomst. Niemand van ons kan dan ook ontkennen dat het kerkelijk christendom, dus zeg maar de grote christelijke kerken, steeds meer in de gevarenhoek zitten. De mensen lopen in hun zoektocht naar zingeving de traditionele kerken steeds meer voorbij. En omdat er een soort cultuur is die autoriteit wantrouwt, is het ook steeds moeilijker het waardevolle van de christelijke traditie van de ene generatie aan de andere door te geven. Het klassieke christendom is uit; ongebonden zijn is in. Believing without belonging, noemt men dat. Dat gekoppeld aan de vele crises die ons teisteren, de klimaatcrisis, de bankcrisis, de eurocrisis, en versterkt door het nieuws rond seksueel misbruik binnen de Katholieke Kerk, heeft dit tot gevolg dat God en Kerk in onze westerse wereld een optie is geworden, vaak een aangevochten optie. Wat staat christenen in het algemeen en kerkelijke leidinggevenden in het bijzonder te doen in de huidige Nederlandse context? Ons is geen gemakkelijk passen op de winkel gegund. De tijd uitzitten en hopen op betere tijden is niet meer verantwoord. Berekeningen tonen ons namelijk aan dat bij ongewijzigd beleid over 8 jaar, dus in het jaar 2020, 41% van ons vermogen is verdwenen. En dat het aantal kerkgangers in het bisdom Haarlem met 44% zal zijn gedaald en dat er 28% minder vrijwilligers zullen zijn. Dat zijn prognoses bij ongewijzigd beleid. En de veranderingen in de samenleving gaan gewoon door. En die gaan zo hard dat het hoog tijd wordt onze organisatie aan die veranderingen aan te passen. En het ingewikkelde is dat meerdere zaken tegelijkertijd moeten worden aangepakt: zowel de reorganisatie van de volkskerk als het vormgeven van die nieuwe kerk met een nieuw missionair elan. Met name de twee grote volkskerken, de PKN en de Rooms-Katholieke Kerk, zullen in de komende jaren niet aan afslanking, sanering en sluiting van kerkgebouwen kunnen ontkomen. We moeten ook wel! Anders storten zij ons in het faillissement. Tot 2020 zullen er naar verwachting minstens duizend kerkgebouwen worden afgestoten. Dat betekent gemiddeld twee gebouwen per week! Natuurlijk, het sluiten van een kerkgebouw is tot op de dag van vandaag voor talloze mensen een bron van verdriet en demotivatie. Maar als we reëel zijn en de feiten onder ogen zien dan kunnen we niet anders. Maar de voortgang van het evangelie in onze cultuur staat wel op het spel. We zullen dus stappen moeten zetten om die aanwezigheid in de toekomst te kunnen garanderen. Twee klippen dienen daarbij te worden omzeild. Klakkeloze aanpassing aan de dominante cultuur maakt de christelijke gemeenschap uiteindelijk onzichtbaar en betekenisloos. Wie met de tijdgeest trouwt is snel weduwnaar, is een uitdrukking. Maar het streven naar een afgezonderde heilige rest is evenmin een adequate reactie. Het katholieke geloof wordt dan al snel een steriele onbeduidende folklore voor een kleine schare liefhebbers. Neen, deze tijd van crisis vraagt om een duidelijke identiteit gekoppeld aan een open en uitnodigende gemeenschap. We hebben namelijk genoeg in huis. Er is een geweldige schat te vinden in de Schrift en in de Traditie. Tweeduizend jaar katholiek christendom staat tot onze beschikking. Maar dat is alleen maar ‘te verkopen’ als wij onszelf als geloofwaardige getuigen willen laten inzetten. Doorlopende catechese en geloofscommunicatie moeten dan ook absolute prioriteit krijgen. We moeten de vaagheid achter ons laten en streven naar een krachtige identiteit en de een daarbij horende missionaire kracht. Veel mensen zijn immers zoekend. Ze zijn als schapen zonder herder. Dus aandacht voor de schare. Weten wat daar leeft. Want het evangelie is voor iedereen. De Kerk van morgen heeft een heldere identiteit maar is tegelijk toegankelijk voor onzekere en zoekende mensen, toegankelijk ook voor de vragen en uitdagingen van de actuele cultuur. Een dergelijke Kerk helpt de mensen bij het antwoord op tenminste drie grote levensvragen: de zinvraag, de schuldvraag en de doodsvraag. De Kerk van morgen zal, voor zover nu is in te schatten, een minderheid zijn met een structuur en een organisatie die daarbij hoort. Maar bovenal dient de Kerk van de toekomst ook een dienende Kerk te zijn. Er bestaat een nauwe band tussen orthodoxie en orthopraxie. Of simpeler gezegd: het gaat om lofprijzing én navolging. Het geloof wordt beleden maar ook belichaamd. Zo kunnen wij als katholieke christenen bouwen aan een cultuur van hoop. Hoop is een van de goddelijke deugden, tussen de grote zussen geloof en liefde. Christelijke hoop is geworteld in de trouw van God. Hij laat het schip van de Kerk niet over aan de golven van de geschiedenis. Ons geldt de belofte dat de Heer bij zijn Kerk is tot aan de voltooiing van de wereld. Gods Geest wil daarom ook ons gelovig enthousiasme wekken. Ook nu wij als katholieke Almeerders staan voor de beslissing of wij willen investeren in een nieuw kerkgebouw. Een gebouw dat een heldere identiteit koppelt aan een open en gastvrije gemeenschap. Een gebouw dat openstaat voor een ieder die graag wil leren en die Jezus wil navolgen in zijn dienst aan de naaste. Paus Benedictus schrijft in zijn tweede boek over Jezus over de hemelvaart van de Heer: ‘Terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen… Door het geloof weten wij dat Jezus zijn handen zegenend over ons uitgestrekt houdt. Dat is de voortdurende reden van christelijke vreugde’. En daar sluit ik mij graag bij aan. Oók wat betreft Almere. Amen. |
| Terug |